DE LIJDZAAMHEID VAN BURGERS EN BUITENLUI

VARKENSMACHINE DENDERT VOORT

Krijgt Nederland eindelijk haar varkens te zien, zijn de beelden zo gruwelijk dat we de ogen sluiten. Stom van verbijstering eet Nederland door. De boeren drogen hun tranen en becijferen de toekomst. ,,Ik zou wel kleiner en anders willen, maar dan red ik het niet''.

(Door Monique de Knegt)

(GPD) _ Het is dringen bij het koelvak. Het vlees wordt afgeprijsd ,,en dan heb je voor de prijs van een karbonaadje een varkenshaasje'', weet een grijze mevrouw. Haar hele leven al woont ze in Brabant, maar ze heeft nog nooit een levend varken gezien. ,,Ik zie die snuitjes wel eens door de tralies van de wagens op weg naar het slachthuis. Maar verder...nee, de beesten zitten allemaal binnen hè?''
Vroeger toen ze vlees kocht bij de slager en de koelcel openging, zag ze halve koeien en varkens hangen. Toen was wel duidelijk waar de ham vandaan kwam. Nu komt vlees uit een koelvak. Keurig afgewogen en in plastic verpakt. Alsof er geen dier aan te pas komt.
Dieren in Nederland zijn in de eerste plaats honden, katten, parkieten en konijnen. Beesten waarvoor we een speciale ambulance laten rijden. Daarna komen de dieren van de kinderboerderij en de weidedieren die het decor vormen van een zondags fietstochtje. Bij mishandeling van een van hen, komen grote groepen mensen in het geweer. Dan zijn er nog de televisiedieren. Dat zijn de wilde beesten, ver weg, die we met allerlei fondsen proberen te beschermen. De varkens horen er niet bij. Nederland telt vijftien miljoen varkens, maar niemand die ze ziet. De varkenshouderij is het best bewaarde geheim van Nederland. Nog steeds. De pest heeft het varken weliswaar zichtbaar gemaakt, maar die beelden zijn zo gruwelijk, dat veel mensen liever de ogen sluiten. Honderden kijkers hebben naar Hilversum gebeld en geklaagd. Het moest maar eens afgelopen zijn met die walgelijke plaatjes van kleine roze biggetjes die worden doodgespoten en in tonnen geperst. Varkens die worden geëlektrocuteerd en door grijpers opgeruimd. En dat zijn nog slechts taferelen van de dood, als het leed dat leven heet, geleden is.

ONWEZENLIJK
Hun guitige koppen zitten vol wondjes, hun ruggen zijn getekend met rode striemen. Van sommige varkens zijn stukken uit de oren gebeten. Twintig grote biggen vechten om een plekje in een hok van 1.80 meter bij 2.30 meter. Ze zitten soms letterlijk bovenop elkaar. Het is een voortdurend trekken en duwen van dieren die geen moment rust hebben. Elke verandering van samenstelling van een groep betekent vechten voor een nieuwe rangorde. De varkenshouders Noud en Wil de Groot uit de Biezenmortel kijken verslagen toe. ,,Dit is afschuwelijk. En dan te weten dat ze straks allemaal worden afgemaakt. Waarom moet dit? Het is zo onwezenlijk''.
De gezonde biggen van De Groot 'liggen dubbelop'. In plaats van tien, zitten er twintig biggen in een hok die almaar doorgroeien . Acht weken geleden al hadden ze moeten worden opgehaald, maar de slachterijen hebben hun handen vol aan de pest. Eerst moeten de besmette bedrijven worden geholpen, dan worden omringende bedrijven preventief geruimd en pas dan zijn de bedrijven aan de beurt met gezonde varkens. Meer dan een miljoen gezonde varkens moeten worden opgekocht, terwijl er wekelijks slechts 220.000 kunnen worden afgemaakt. De wachttijd is gemiddeld vijf weken maar kan ook oplopen.

WROETEN
Als gevolg groeien de varkens bij De Groot en veel andere bedrijven letterlijk de stal uit. Verschillende boeren wijken noodgedwongen naar buiten uit. Ze timmeren een nachthok en zetten een stuk weide af. En zo komen op veel plaatsen varkens voor het eerst van hun leven buiten. Zoals in Malden, onder Nijmegen, waar een paar honderd forse biggen in een bleek zonnetje scharrelen en wroeten. In twee dagen tijd hebben ze een groene weide omgeploegd tot een modderpoel. Ze rennen, graven kuilen of liggen te luieren in het stro. Een lust voor het oog, vindt ook varkenshouder Bert Hopman. Hij moest er wel even aan wennen dat de dieren niet meer egaal roze en glad zien, maar smoezelig en behaard, ter bescherming van de lagere temperaturen 's nachts. ,,Op zich is dit mooi varkens houden, maar het kost vijftig kilo meer voer per dier, je hebt veel meer ruimte nodig, je kunt de mest niet opvangen en de kans op ziektes is vele malen groter. Welzijn van dieren en milieuwinst gaan vaak niet samen. Bovendien zou het op deze manier een heel duur stukje vlees worden'', weet Hopman. Zijn zoon komt met een trekker aanrijden en stort een paar honderd kilo voorgebakken frites in de modderpoel. Tevreden knorrend verdringen de biggen zich voor de patat.
Binnen liggen de biggen op warme, maar kale roosters. De zeugen staan tussen een hekwerk dat net iets groter is dan zijzelf en soms zelfs nog aan de riem. Ze kunnen een stap zijwaarts doen en twee voor- of achteruit. Bij gebrek aan stro kauwen de drachtige zeugen voortdurend aan de stangen. ,,Dat lijkt erg, maar de dieren weten niet beter'', verzekert Hopman. ,,Ze hebben het behaaglijk, krijgen automatisch voer en hebben een heel verzadigd gevoel. Het varken is eigenlijk nog meer huisdier geworden dan vroeger toen een zeug nog wel eens agressief kon zijn omdat ze meer in de natuur opgroeide''.

ONBEGREPEN
Op de radio keuvelt het programma 'Buitenleven' van Omroep Brabant. Een meneer van de Boerenbond legt de burgers uit wat een 'gelt' is. Het blijkt een 'meisjesvarken', een zeug die nog geen biggen heeft geworpen. Er hadden al wat buitenlui gebeld voor het goede antwoord, ,,maar dat is niet de bedoeling'', legt de presentatrice uit. ,,Wij stellen de vraag én geven het antwoord''. De buitenlui voelen zich onbegrepen. En dat terwijl er toch veel meer contacten zijn met burgers dan vroeger toen er van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat gewerkt moest worden op de boerderij. ,,Vroeger ging je als kind op zondag bij de KPJ handballen en verder niks. Nu kunnen we gaan tennissen en komen we gewoon onder de mensen'', vertelt een echtpaar aan de keukentafel van een bedrijf in Gassel, waar alle varkens door de pest zijn verdreven. De boer is volgens hen wel naar buiten gekomen, maar de burger staat verder van de stal dan ooit. ,,Vanwege de kans op ziektes komt er eigenlijk niemand in de stallen behalve wij. De mensen hebben geen idee hoe de dieren hier worden verzorgd. Wij hebben lichte stallen, vloerverwarming, warmtelampen boven de biggen en rubberen matten in de groepshuisvesting voor zeugen. Wij denken nooit 'oh wat zielig'. We hebben één trieste dag gehad en dat was 29 april. Toen werden de zeugen afgevoerd en hebben we de hele dag gejankt''.
Ze geloven niet in een andere varkenshouderij. Dat hoeft ook niet, want het is goed zo. ,,Weet u, ik denk wel eens, wie laat z'n kinderen opstapelen in flats? Dat is toch bijna crimineel? Ik weet wat het is, want wij hebben zelf zo'n flatwoning in Nijmegen die we aan studenten verhuren, maar dat buitenleven hier is toch veel beter? En die zogenaamd te hoge concentraties varkens wil ik wel eens vergelijken....
lees meer ››
‹‹ terug naar het overzicht