HONDERDDUIZENDEN AFGHANEN OP DE VLUCHT VOOR WINTER EN GEWELD

Slachtoffers van een vergeten oorlog. Geen land dat nog iets van ze wil weten. Buurland Pakistan heeft de grens met Afghanistan gesloten en aan de andere zijde jaagt Iran vluchtelingen met bulldozers de Afghaanse provincie Herat in. Zelfs het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen (UHNCR) heeft de opvangkampen in Pakistan fluisterend opdracht gegeven geen nieuwe vluchtelingen meer te registreren. Via de achterdeur krijgen de hopeloze gevallen toch een tent en voedsel aangeboden.

EEN HALVE METER VRIJHEID

Monique de Knegt
PESHAWAR/JALALABAD


(GPD) Raketten verdreven Siagul en haar kinderen van de huiskamer naar de keuken, van de keuken naar de slaapkamer en tenslotte naar het opkamertje. Toen ook dit in puin werd geschoten, namen zij de benen. Door de bergen naar Pakistan. ,,Ik heb twee zonen verloren, zestien en twintig jaar. Mijn man is vermoord. Met m'n andere kinderen ben ik Kabul ontvlucht''.
Haar stem slaat over, felle ogen achter tranen van verslagenheid en woede. Zes kinderen zitten naast haar in het stro. Ze hebben alleen elkaar nog. Geen andere kleding dan die ze dragen, geen kom om uit te drinken. ,,We zijn gewoon gaan lopen. Een dag en een nacht. Toen heb ik aan een man tweehonderd roepies betaald om ons over de grens te smokkelen''.
Abdul Wahed gebaart dat zijn drie kinderen eten nodig hebben. Hij kan niet werken door de kogels in zijn arm en spaargeld om eten te kopen heeft hij allang niet meer. Al het geld is gebruikt om tot de laatste snik in Kabul te kunnen blijven. Toen hebben ze hun twee enige tapijten verkocht om aan de grens smokkelaars te kunnen betalen. ,,Na vier dagen reizen per boot, te voet en te paard zijn we hier aangekomen. We wisten dat we eigenlijk niet welkom waren in Pakistan, maar wat moesten we? Als je naar andere gebieden in Afghanistan vlucht, word je gedwongen te vechten. Weliswaar niet in Jalalabad, maar daar is het nog slechter dan hier''.

FUNDAMENTALISTEN
'Hier' is het vluchtelingenkamp Nasir Bagh, even buiten Peshawar. Een streng islamitische stad in Noordwest-Pakistan. Een stad waar veel vrouwen verstopt gaan in meters stof, de ogen achter tralies. Een stad, waar nog geen tien procent van de meisjes naar school gaat. Fundamentalisten plaatsen er bommen bij hulporganisaties die vrouwen onderwijs willen geven. Een complete fabriek in een vluchtelingenkamp is opgeblazen omdat in dat kamp vrouwen zijn gezien op kinderschommels. Een stad die in de verste verte niet lijkt op wat het Afghaanse Kabul ooit was. In Kabul kon je drinken, dansen in de discotheek. Zag je gesluierde meisjes hand in hand lopen met meisjes in minirok. Kabul was het Parijs van centraal Azi‰. Nu is het een ru‹ne. Kapot geschoten in een gezamenlijke strijd tegen het communisme ('79-'91) en een bloedige broedertwist (vanaf '93) tussen de regeringstroepen van president Rabbani, de volgelingen van de fundamentalistische Hekmatyar en die van generaal Dostum. Die zijn elkaar te lijf gegaan uit honger naar macht. Het volk sloeg op de vlucht. Naar Iran, Pakistan en westerse landen. Anderhalf miljoen vluchtelingen keerden in '92 terug, 500.000 in '93. Dit jaar passeerden er meer vluchtelingen de grens dan families die met 110 dollar en twee zakken meel terugkeren. Verhevigde gevechten in Kabul hebben een nieuwe stroom vluchtelingen op gang gebracht. Volgens sommigen zijn het ,,smerige communisten, verraders', anderen spreken van ,,helden van het laatste uur''. Ze hebben hun inboedels geruild tegen voedsel of opgestookt. Nu de winter invalt, alles op is, en de rakketten maar niet opraken, is er geen andere keus dan te vluchten. De Verenigde Naties verwachten komende maanden nog eens tweehonderdduizend vluchtelingen uit Kabul.
En Pakistan heeft na vijftien jaar gastvrijheid de poort gesloten. Het ijzeren hekwerk in de indrukwekkend Khyberpas zit op slot. Honderden knuisten klemmen zich aan de tralies. Mannen zwaaien met paspoorten, papieren en geld. De poort gaat op een kier. Mensen roepen en dringen, wanhoop in hun ogen. Vijftig centimeter vrijheid. Zwaar bewaakt door mannen met geweren. Wachten op het onvermijdelijke; een doorbraak van vluchtelingen. Een bewaker met het rode haar van een pelgrim neemt zijn geweer van de schouder en port met de kolf in magen en ruggen. Anderen slaan op de massa in met een stuk tuinslang. Geldige visa en stapels roepies vinden doorgang. Na een kwartiertje gaat de poort weer op slot. Honderden mensen wachten op een nieuwe kans.

MODDER
Witte wolken kruipen over de bergtoppen. Bergen in beige, bruin, roest, bijna rood. Sneeuw op de toppen. Pal naast groene en gele vlaktes vol olijfbomen, mais, huppelende ezels, grazende schapen, palmbomen. Afghanistan is te mooi om waar te zijn. Een bedrieglijk paradijs bezaaid met tien miljoen mijnen, doordrenkt van verdriet.
In de laadbak van onze auto staat een man in gevechtstenue, het geweer in de aanslag. Zonder bewaker lopen hulporganisaties een grote kans door 'commanders' van hun auto te worden beroofd. 'Commanders' dragen al lang geen uniform meer. Ze hebben het nieuwste type Landrover, een grote groep lijfwachten en niet zelden een twee meter lange raket in de hand.
Richting Jalalabad verandert het landschap langzaam van kleur en vegetatie. Weelde maakt plaats voor schaarste. Langs de weg zoeken jongetjes naar voedsel en hout. Tien kilometer van hun thuis in het vluchtelingenkamp op de uitgestrekte kiezelvlakte. Tenten zover het oog reikt. Links van de weg de kersverse vluchtelingen in slordige tenten van lappen en doek. Rechts het kamp van de 'oude vluchtelingen' die vorig jaar arriveerden. Uniforme VN-tenten en huizen van modder, omringd door moddermuren en rieten hekjes.....
lees meer ››
‹‹ terug naar het overzicht