GERRIT KOMRIJ

‘IK WIL GULZIG LEVEN’

Schrijver Gerrit Komrij (61) is even onder de mensen om zijn waren aan te prijzen: het schrijversdagboek Eendagsvliegen en een televisieportret bij de NPS. Dan keert hij weer terug naar zijn Portugese paleis dat 30.000 boeken herbergt. ,,Er is ook een kant van het leven die walgt van de aanwezigheid van het boek. Het verlangen om met iemand stompzinnig te ouwehoeren.''

Door Monique de Knegt

(GPD) - ,,Ongedurig en lui ben ik. Die eigenschappen vallen samen in een bezigheid die ijsberen heet. Ik kan een hele dag bezig zijn met het rangschikken van papieren en potloden om maar niet aan het werk te moeten. Voor schilders en schrijvers is alles werk, dus je hoeft je niet te verbeelden dat je lui bent.''
,,Vanwege het eeuwige uitstellen van werk ben ik destijds vertrokken uit Nederland en afgezonderd in Portugal gaan wonen. Ik moet niet gestoord worden. Als er hier in Amsterdam om vijf uur een halvegare binnenwandelt, dan wordt uitstel afstel. Ik vind het nu alleen prettig om mensen te zien omdat ik weet dat ik ze over een week weer de rug kan toekeren.''
Er is niets in Nederland waarnaar hij terugverlangt, of het zou zijn jeugd moeten zijn. Oud worden is niks voor een kind, schrijft hij in zijn zojuist verschenen schrijversdagboek. Als de jaren toch onvermijdelijk gaan tellen, wil hij zich in Antwerpen vestigen. ,,We zoeken er af en toe naar een huis. In België voel ik me meer thuis dan hier.''
,,Als je geen volgevreten patjepeeër bent dan is Amsterdam een onhebbelijke stad. De mensen zijn kortaf, snauwerig, onhebbelijk onderling. Ik zie niets menselijks in de types op twee benen. Er staat een ijzeren muur tussen mij en hen die zich hier als mutant op straat voortbewegen.'' ,,De hele wereld beschikt over meer wellevendheid dan het Nederlandse reservaat van enorme eigendunk en plompheid. Eerst was die plompheid nog aandoenlijk, maar nu is het een soort kermis geworden van gevoelloze klagers. Daarbij heeft het land het meest stuntelige kabinet ooit. Is er één Melkert weggestuurd, krijg je er twintig terug.''

VORSTENLIKKER
De titel Dichter des Vaderlands heeft hij niet ervaren als een eer. Hij heeft nog nooit het gevoel gehad dat Nederland hem als gewaardeerd schrijver koestert. ,,De verstandige dingen die hier over mij zijn gezegd, kunnen in een schriftje van 16 bladzijden. Ik geloof niet dat ik ooit een regel van een criticus heb gelezen die hout snijdt.''
,,Ik heb ja gezegd tegen het verzoek om de Dichter des Vaderlands te worden om de jury uit de brand te helpen. De eerste kandidaat (Rutger Kopland, red.) wilde niet en ik kan moeilijk nee zeggen. Omdat het instituut nog niet bestond, wist ik niet wat me zou overkomen. Nu weet ik dat het niet werkt in Nederland. We zien er het spelkarakter niet van in.''
,,Je krijgt reacties alsof je je ziel aan de duivel hebt verkocht, alsof je lakei bent geworden, een vorstenlikker. Dat hardnekkige mechanisme heb ik onderschat. Spijt nee, waar ik spijt van heb zijn al die jaren die ik heb verknold. Van m'n twintigste tot veertigste heb ik ontzettend veel vertaald. Dat is heel arbeidsintensief. Al die tijd had ik heel veel moeten opschrijven.'' Samen met zijn liefde bewoont hij een wit, dromerig paleis, ver van de bewoonde wereld. Bijna veertig jaar is hij samen met Charles Hofman, beeldend kunstenaar. ,,Trouwen? Ik ben homoseksueel geworden om van die bruidsjurken af te komen! Wij hebben nooit de behoefte gehad om vadertje en moedertje te gaan spelen. Zoveel homoseksuelen gaan stelletjes imiteren, brrr.'' ,,Homoseksualiteit moet iets ongemakkelijks blijven voor de mensen. Het heeft iets rebels in zich. Het moet iets zijn dat vraagtekens zet bij vaste waarden van de christelijke, joodse en Islamitische maatschappij.''

BOEKEN
Het palazzo lijkt wat groot voor twee, maar Komrij geniet het gezelschap van 30.000 boeken. ,,Ik heb me omringd met het essentiële dat mensen vertegenwoordigen. Niet hun lichaamsgeur en aanwezigheid, maar datgene wat overblijft als een lichaam aan het rotten en verdwijnen is. De uitwasemingen en geschiedenis van mensen. Ik leef met vorige eeuwen.''
,,Ik kan geen weerstand bieden aan boeken. Dat betekent dat je steeds drie kwartier verwijderd bent van je faillissement. Ik leef van het schrijven. Ik kan geen maand ophouden. Het is niet om een verzameling compleet te krijgen, dat ik boeken koop. Het is eigenlijk gewoon uit hebzucht, maar dat klinkt zo ordinair.''
,,Ik noem het graag een jachtinstinct: de buit neerleggen en naar je hol slepen. Zoals poezen dat kunnen doen met een muis. Zodra het boek gescoord is, dan is de spanning weg en moet je weer op jacht. Het zoeken is spannender en verslavender dan het vinden. Eigenlijk ben je teleurgesteld als je na een vondst opnieuw een exemplaar vindt. Schande is dat! Ik koop het dan altijd nog een keer.''
,,Het hoeven geen gave exemplaren te zijn, zo'n maniak ben ik niet. Ik ga me hechten aan de kreukel van een boek. Ik hou ook niet van perfecte mensen.''
Hij heeft onder meer kamer met boeken over erotica en een kamer vol 19e eeuwse werken. ,,Ik beschrijf alle boeken. Anders kun je niets meer terugvinden. Ik kan in een kwartier een boek opnemen. Van elk boek is een kaartje. Ik weet precies waar alles staat. Romans? Die staan in de kelder. Die lees ik niet. Na tien bladzijden heb ik het bekeken. Dan weet ik al hoe het zal aflopen. De honderden pagina's ertussen zijn enkel vulling. Met films heb ik precies hetzelfde. Dan spoel ik gewoon door. Ik heb er ook geen geduld voor.''
,,De laatste roman die ik heb gelezen? Vijf jongens en een motorboot of zo, toen ik achttien was. Afgezien van de periode waarin ik literatuurcriticus was, toen las ik romans wel van het begin tot het einde. Je wordt zo moedeloos van die enorme fictiefabrieken die elke week 300 romans laten verschijnen. De meest gulzige lezer kan niet meer dan een honderdste procent van de romanproductie verwerken. Terwijl je al heel tevreden kunt knorren met één mooie literaire zin. ''

GULZIG
De documentaire van de NPS gaf een kijkje in het stille, afgezonderde, bibliofiele leven van Komrij. ,,Ik ben het wel, maar niet helemaal. Er is ook kant van het leven die walgt van de aanwezigheid van het boek. Het boek geeft weinig liefde terug. Er zijn momenten dat je wil onderduiken onder de mensen, je wil afzetten tegen alles wat cultuur is. Het verlangen om met iemand stompzinnig te ouwehoeren.''
Ook zijn er periodes van diepe depressie waarin Komrij niet aanspreekbaar is. ,,Ik ben 24 uur bewust van mezelf. Alsof er altijd een observerende instantie met me meezweeft. Ik verlang wel eens naar de roes, maar mijn hyperbewustzijn maakt dat ik nooit dronken kan worden. Alsof er een stem is die je voortdurend zelfreflectie geeft. Dat is wel eens vermoeiend, maar het is ook de motor tot schrijven. Zonder dat was ik niets.'' ,,Mijn hyperbewustzijn gaat gepaard met grote periodes van depressiviteit. Het zijn korte, maar hevige periodes van enkele dagen, hooguit weken. Vroeger slikte ik dan amfetamines maar door de wielrennerij zijn die niet meer verkrijgbaar.''
,,Nu kom ik die depressies mokkend en somber door, maar ik heb geen enkele zelfmoordneiging. Dat is best vreemd als je niet van de wereld, mensen en van jezelf houdt. Dat zou toch genoeg moeten zijn voor een stevig rondje zelfmoord, maar ik wil juist gulzig leven. Het zijn tegenstellingen die in mij kunnen samenleven.''

TERREUR
Geen gelukkig man, zo lijkt het. ,,Het woord geluk zegt me niets. Je kunt in je leven hooguit zoveel mogelijk ongeluk vermijden. De mens heeft geen recht op geluk. Ik zie het ook niet als iets belangrijks. De natuurlijke staat van de mens is om een ander dood te slaan. De rest is allemaal prietpraat, anders zou er veel meer vrede zijn in de wereld.''
Hij kijkt niet op van aanslagen of de dreiging van terreur. ,,Ik sta er geen seconde bij stil. Ik vind dat al-Qaïda zich buitengewoon netjes gedraagt als ze maar om de zoveel jaar iets van zichzelf laten horen. Het zou veel erger kunnen zijn. Ik vind de middelen voor terreurbestrijding erger dan de terreur zelf. Soms zou je willen dat er weer een ijzeren gordijn was; een enorme bliksemafleider voor mensen die in vijanden denken.'' ,,Angst zegt mij niets. Ik ben nergens bang voor. Ik zou met open ogen het vuur inlopen. De dood? Hè, we gaan de dag toch niet verpesten? Ik voel afkeer en verdring de dood. Als ik er aan denk dan valt er een fractie van een seconde een verlammend gevoel van zinloosheid over me heen. Je moet beredeneren dat je daar niet aan denkt.''

BOSBRANDEN
Elk jaar wordt het gebied waar Komrij woont geteisterd door bosbranden, maar ook de vrees voor een enorme boekverbranding is hem vreemd. ,,Het heeft gebrand in het uitzicht. Er zijn dagen geweest dat de zon was verduisterd en vogels laag vlogen. Het had wel een apocalyptische sfeer. In Die Blendung schrijft Elias Cannetti over een professor die samen met zijn bibliotheek in vlammen opgaat. Dat is best mooi.''
,,Wat gebeurt er met de boeken als ik dood ben? Dan rijden de buren met volle kruiwagens naar de markt, denk ik. Ik heb geen idee. Ik hou me er niet mee bezig. Ik kan een jong Marokkaantje adopteren. Het kan me niet zoveel schelen wat er gebeurt. Ik loop compleet onverzekerd rond.''

Schrijversdagboek Eendagsvliegen, uitgeverij De Bezige Bij, 304 pag., 19,90 euro

PASPOORT
Gerrit Jan Komrij, geboren in Winterwijk, 30 maart 1944. Partner van Charles Hofman, sinds 1966. Samen wonen ze in Vila Pouca da Beira, Portugal. Komrij is een literaire duizendpoot die gedichten, romans, essays, bloemlezingen en columns heeft geplubiceerd. Daarnaast heeft hij talloze werken vertaald.
Zijn eerste publicatie was Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (1968). Zijn bloemlezing De Nederlandse poëzie van de 19e en 20-ste eeuw in duizend en enige gedichten geldt als een standaardwerk.
Voor zijn essays ontving hij in 1993 de P.C. Hooftprijs.
In 2000 werd hij verkozen tot Dichter des Vaderlands.
Komrij werkt op dit moment aan een roman over de schrijverswereld die in het najaar van 2006 verschijnt.

20 sep 2005 Monique de Knegt
‹‹ terug naar het overzicht