DRIES VAN AGT

In zijn hang naar perfectionisme wil hij mooier praten dan hij doet. ,,Ik wil spreken zoals ik schrijf.'' En dus geeft hij uitsluitend interviews onder de strikte voorwaarde dat hij 'tal van stilistische retoucheringen' mag aanbrengen. Niet dat hij uitspraken intrekt, maar hij wil zijn zinnen vervolmaken of voorzien van ornamentjes. ,,Daar ben ik neurotisch in.''
Een gesprek met voormalig advocaat, oud-hoogleraar, ex-minister van justitie en buitenlandse zaken, ex-minister-president, oud-commissaris van de koningin in Brabant, en gewezen ambassadeur voor de Europese Commissie in Tokio en Washington, Dries van Agt (69).


EEN BEZORGDE MOOIPRATER

Door Monique de Knegt

NIJMEGEN (GPD) -,,Nu u het zo vraagt, ja, ik zal waarschijnlijk meer herinnerd worden om mijn taalgebruik dan om mijn daden. Ik vind dat niet jammer. Ik heb geen enkel verlangen om een plaats in te nemen in de geschiedenis. Dat zal mij een zorg zijn. Ik vind het veel belangrijker herinnerd te worden als een goede vader en echtgenoot. Maar dit wordt toch geen psychologisch gesprek hè, want daar heb ik een hekel aan.'' Liever heeft hij vragen op papier en beantwoordt hij ze schriftelijk. Dan kan hij zijn zinnen beeldhouwen. Zo onvoorbereid, praat hij tamelijk normaal en vouwt in tweeënhalf uur tijd geen enkele maal de handen. Niet dat zijn optredens buiten de deur poses zijn. ,,Ik heb geen twee stemmen. Natuurlijk wordt mijn taalgebruik geacheveerder naarmate situaties formeler worden, maar dat heeft iedereen.''
Zijn ouders behoorden als fabrikanten weliswaar tot de notabelen van het Brabantse Geldrop, maar 'die goede mensen spraken gewoon'. ,,Ik heb mijn taalgebruik zelf aangeleerd. Ik herinner me uit mijn jeugdjaren twee feiten. In de eerste plaats was daar het Augustijnengymnasium in Eindhoven. Een beroemde school, een heerlijke school. Daar hadden wij een debatingclub. Daarin was ik een van de actiefste leden. Niet om te bekvechten, maar om zo concies en zorgvuldig mogelijk te leren formuleren. Ik was al jong idolaat van de grote redenaar Cicero. Ten tweede werden mijn opstellen door de leraar Nederlands met waardering en tegelijk afgrijzen bejegend. Hij was heel ambivalent over die werkstukken van mij. Ze waren anders dan andere, niet beter. Hoort u dat goed? Niet beter, maar anders. Ik herinner me een opstel waarbij de leraar schreef: fraai geschreven, rijk woordgebruik, wel hoge hoedentaal voor een jongen van uw leeftijd.''
,,Ik denk niet dat ik dat deed om mezelf te onderscheiden. Ik vond het mooi. En ik heb een hang naar perfectionisme. Die manifesteert zich het duidelijkst in taal, maar ik ben een perfectionist op velerlei terrein. Ik krijg ladingen post. Daar heb ik het druk mee. Mijn vrouw, die zorgzaam is en praktisch, loopt brieven door. 'Dit is een kletsbrief', zegt ze dan, of 'dat is gewauwel, daar hoef je niets mee, je hebt het al druk genoeg'. Er zitten soms inderdaad leuterbrieven bij. Maar ik schrijf alle mensen terug, behalve dan die van die enkele scheldbrief.
Als ik dat perfectionisme van iemand heb, dan is het denk ik van m'n moeder. Mijn vader was veel losser, leefde veel vreugdevoller. Ik ben geen lolbroek.''
Prof. Kees Fens, hoogleraar Nederlandse taal en letterkunde, kenschetste het taalgebruik van Van Agt in een weinig vleiend portret als kunstmatig en zelfgenoegzaam. ,,Hij spreekt altijd of hij aan een wedstrijd in welsprekendheidkunst meedoet, in de zekerheid van de eerste prijs'', schreef Fens. Dat vond Van Agt niet prettig. ,,Dat geacheveerde taalgebruik, het precies verwoorden, dat is de jurist in mij. In alle vezels van mijn lichaam, in elke droppel bloed, ben ik jurist. Maar, en dat is essentieel, ik ben in mijn taalgebruik niet in competitie met anderen, maar met mezelf. Ik heb Kees Fens, die ik heel hoog acht, na dat artikel geschreven en hem uitgenodigd tot een middagmaal om te begrijpen waarom ik als een dubbel gekwadreerde oen kan worden gepercipieerd. Hij heeft me gebeld en ongevraagd getroost, terwijl ik om inzicht vroeg.''
,,Ik wil aardig gevonden worden ja. Bovengemiddeld.'' Behaagziek? ,,Als u het zo wilt noemen. Ik kan ruzie nauwelijks verdragen. Ik heb ook de neiging het harde debat te mijden. Dat wordt al gauw ontsierd door overmatige emotie. In die zin ben ik een pacifist, een vredemaker.'' Zo kennen zijn politieke vrienden en vijanden hem ook: keurig gemanierd in alle omstandigheden. Hij verliest zijn zelfbeheersing nooit, speelt nimmer op de man. Door zijn wellevendheid (,,een prachtige uitingsvorm van respect voor anderen'') lijkt hij emotieloos. Maar dat is een misverstand. ,,Ik ben zeer emotioneel. Altijd geweest. Het is sterker geworden bij het ouder worden. Ik kan emotioneel worden van lieve mensen, van een kerkdienst van uitzonderlijke schoonheid, van muziek. Ik heb hier een aantal disks staan van Ad de Laat. Ik kan deze Brabantse zanger niet zonder tranen beluisteren. Zijn teksten zijn fraai en fijnzinnig van taalgebruik en duiding. Zijn liederen roepen veel beelden op uit m'n jeugd toen Brabant zoveel anders was dan nu. Het is veel aardiger geweest. Brabant bestaat niet meer, kun je met lichte overdrijving zeggen. Dat vervult me met melancholie.''
,,In m'n eerste veertien levensjaren woonden we in een huis vlakbij een beek. Er lag alleen een knollenveld tussen. Met vriendjes damde ik die beek wel eens af met keien, takken en zand. Daar waren we de hele middag mee bezig. Het afdammen op zichzelf gaf al veel plezier maar vooral de gevolgen die het had: bovenstrooms liepen de akkers onder water. Dan begonnen de boeren te tieren en te razen en kwam de veldwachter bij ons waarna ik geweldig op m'n falie kreeg.''
Het was geen jongensdroom 'baas van het land' te worden. Het is hem volgens eigen zeggen overkomen. ,,Maar toen ik eenmaal premier was, vond ik het wel pakkend. De macht niet, de verering wel. Ik ben zeker niet ongevoelig voor Byzantinisme. Vandaar dat ik in die jaren werd betiteld als zonnekoning. Ik vond dat niet erg. Het heeft ook met ijdelheid te maken. Ik heb er een flink portie van in me en worstel er niet mee. IJdelheid helpt en hindert.'' Hij glimlacht vergenoegd. ,,Taalgek als ik ben, ben ik nu gelukkig dat ik een alliteratie heb bedacht. Het helpt en het hindert.''
Geen van zijn drie kinderen praat zoals hij praat. Het deert hem niet. ,,Schoonheid kan diverse gestalten aannemen. Het moet een jas zijn die past.'' Pappa was er ook te weinig om zijn obsessie met taal te delen. ,,Ik heb een groot deel van het leven van mijn kinderen gemist. Toen ik in '71 als piepjonge minister van justitie het nationale podium betrad, was de oudste elf jaar. Met lichte overdrijving: eind '82 ben ik voor hen weer tevoorschijn gekomen. Mijn vrouw is de grote held. Zij heeft de opvoeding al die jaren bijna alleen voor haar rekening genomen. Ik besef dat ik veel heb gemist, dat het onherstelbaar is. Maar toch zou ik het weer zo doen. Mijn kinderen verwijten me niets. We hebben een hele goede band met elkaar.''
Hij steekt nog een sigaartje op. Hij is grijzer, maar even tanig als de Van Agt van twintig jaar geleden die op een rij foto's in zijn werkkamer is afgebeeld in gezelschap van paus, koningin en presidenten. Een kwieke bijna zeventigjarige, bevreesd voor de ouderdom. ,,Ik ben bang om totaal afhankelijk te worden. Anderen tot last te zijn. Als uiteindelijk geheel ontluisterd herinnerd te worden. Je kunt wartaal gaan spreken, je herkent je kinderen niet meer, je wordt incontinent, je wordt vies. Nee, ik heb geen euthanasieverklaring in mijn bureaulade liggen. Ik heb contacten met artsen die deskundig zijn in pijnbestrijding. Zij hebben mij ervan overtuigd dat zo'n verklaring niet nodig is. Heel veel kan worden gedaan met middelen van palliatieve aard, morfine en zo.''
Hij vindt houvast in het geloof, al heeft hij het simpele beeld van de hemel uit zijn jeugd losgelaten. Hij denkt wel dat er 'iets' is na dit leven. ,,Natuurlijk twijfel ik wel eens. Het is alleen aan de dommen en fanaten gegeven nooit te twijfelen.'' Hij komt nog regelmatig in de kerk, bidt (,,het kan beter'') en ,,denkt wel'' dat Jezus de zoon is van God.
Van Agt is vooral druk met aardse zaken. Met de 'vergroving en verruwing' van de samenleving. ,,En dat is geen oude-mannen-syndroom. Ik geef u enkele voorbeelden. Op steeds meer treintrajecten durven conducteurs niet meer te rijden. Dat kwam vijftien jaar geleden niet voor. Ik noem u oudere mensen, maar ook meisjes en vrouwen die ervoor terugschrikken 's avonds de binnenstad in te gaan. Niks geen oude-mannen-syndroom! Dat was toen niet en nu wel! Het zinloos geweld. De agressie in het snelverkeer. De schreeuwtaal van zelfs iemand als Youp van 't Hek. Het feit dat huisartsen steeds meer agressie ontmoeten in de spreekkamer. Niet alleen verbaal, wat al schandelijk genoeg is, maar ook fysiek. Huisartsen behoren tot de waardevolste dienstverleners die dit land te bieden heeft. Ik maak me aanzienlijke zorgen over de vergroving. Het is een zichzelf versterkend proces. Verruwing roept verruwing op. Rijdt eens langs 's-herens wegen en kijk eens wat een smeerboel je vindt in de bermen, vooral bij op- en afritten. Plastic bekertjes, blikjes, wat al niet. Ook dat is een vorm van verruwing. Het is een symptoom van een mentaliteit die zich ten kwade keert. In wezen komt het neer op: ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. We praten elkaar aan dat het zo goed gaat met Nederland. Materieel gaat het ook fantastisch. Immaterieel gaat het buitengewoon slecht! Hoe dit tij te keren? Ja, dan kun je alleen maar algemene termen slaken als opvoeding en onderwijs.''
In '77 al sprak Van Agt zich uit tegen verloedering en voor een herstel van normen en waarden. Nu roept hij opnieuw op tot een ethisch reveil. ,,Destijds is er heel weinig mee gebeurd. Ik had toen de tijdgeest met volle kracht tegen. Nu niet. De mensen praten volop over normen en waarden. Het is een getapt onderwerp bij de media en in het parlement. Het is echt iets wat leeft en de gemoederen bezig houdt. Mijn bezorgdheid zal nu veel verder resoneren dan in '77. Als steeds meer mensen hun onvrede en bezorgdheid tonen, zal er vanuit die brede basis een ommekeer worden gelanceerd. Het CDA is de enige partij, en dit is geen propagandalied maar een feit, die verantwoordelijkheid tot centraal thema maakt. Van mij mag het nog stelliger en gedurfder. Soms is er een zekere bangelijkheid om anderen te bruuskeren.''
,,Het politieke bedrijf vertoont een drukkende matheid. Echte debatten zijn er in het parlement nog maar weinig. Bijna alles van groot belang wordt geregisseerd in achterkamertjes. Wat het CDA vroeger werd verweten, doen de paarse partijen nu, maar dan in veelvoud.''
Het is allemaal minder dan toen. Brabant, het parlement, de normen en waarden, het taalgebruik in het NOS-journaal, zelfs de wielrennerij heeft aan glans verloren. ,,De kwalijke verhalen over veelvuldig en ernstig dopinggebruik hebben mij wel een knak gegeven. Het heeft schade gedaan aan mijn oeverloze genegenheid voor deze tak van sport. Niettemin blijven het voor mij helden. Ik schrap het woord heroïek niet uit mijn vocabulaire.'' Tussen de vele boeken in zijn werkkamer is een plank vrijgemaakt voor schaalmodellen van fietsen. ,,Ik had het daar straks met u over emotie. Lance Armstrong. Zijn dapperheid en vitaliteit ontroeren mij ook. Een ernstig door kanker aangetaste jongen. De overlijdenskaarten waren bij wijze van spreken al geschreven en dan zó terugkomen... Dat grijpt mij aan.''

17 jul 00 GPD, MONIQUE DE KNEGT
‹‹ terug naar het overzicht